Voor zowel de korte rente (geldmarktrente) als de lange rente (kapitaalmarktrente) geldt dat deze in 2025 is gedaald. De ECB heeft in 2025 in vier gelijke stappen de REFI rente (herfinancieringsrente) met 1% naar beneden gebracht van 3% naar 2%. De verwachting is dat deze rente gelijk zal blijven in 2026. De renteontwikkeling houden we nauwlettend in de gaten.
Het renteresultaat
Op grond van de Financiële verordening moeten we inzicht bieden in de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie en in de omslagrente. Het renteschema zoals de commissie BBV dat adviseert, biedt dit inzicht.
Onder projectfinanciering wordt verstaan: het aantrekken van externe financiering voor een specifiek project. Financiering met eigen vermogen wordt niet aangemerkt als projectfinanciering. Er moet extern een lening zijn aangetrokken om het betreffende project te kunnen financieren. In het geval van projectfinanciering wordt inderdaad de voor die aangetrokken lening geldende rente toegerekend aan het betreffende project. Dit kan een ander percentage zijn dan wordt toegerekend op basis van de omslagrente. In 2025 is dit in Delft niet aan de orde geweest. We hebben geen projectfinanciering aangetrokken of lopen.
De omslagrente wordt bij de begroting berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage.
De totaal door te rekenen externe rente is € 0,2 miljoen (werkelijke rentelasten € 5,9 miljoen -/- werkelijke rentebaten € 5,7 miljoen). Als rekening wordt gehouden met de doorbelasting aan de overige taakvelden bedraagt het renteresultaat op het taakveld Treasury € 0,5 miljoen positief, hetgeen circa € 0,2 miljoen positiever is dan geraamd.
Om te bepalen of de stadsschuld betaalbaar is, kijken we naar de rentedruk. Hiermee laten we het aandeel van de rentekosten in de begroting zien. Hoe hoger de rentedruk, hoe minder ruimte er is voor andere uitgaven. In het verslagjaar is de bruto rentequote 1,1% (norm: lager dan 5%) en de netto rentequote 1,0 % (norm: lager dan 2,5%).