Financiering

Kaders en beleid

Terug naar navigatie - Financiering - Kaders en beleid

Bij het aantrekken van financiële middelen streven we naar zo laag mogelijke financieringskosten. Dit bereiken we doordat we, bij het aangaan van leningen met een looptijd langer dan 1 jaar, altijd ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen opvragen.

Daarnaast volgen we de normen voor het beheersen van het renterisico, zoals bepaald in de Wet financiering decentrale overheden (renterisiconorm, kasgeldlimiet). Het risicobeheer van de leningenportefeuille is gebaseerd op het beperken van de risico’s die verbonden zijn aan de financieringsfunctie, zoals rente-, koers- en kredietrisico’s. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties bedingen we, indien mogelijk, zekerheden.

Ook in 2025 heeft in het treasuryberaad afstemming plaatsgevonden over het te voeren treasurybeleid en over de transacties die daaruit volgden. Het treasuryberaad zorgt voor de informatievoorziening naar het college. Het financieringsresultaat is ook in 2025 nagenoeg binnen de begroting gebleven. Dit is verder toegelicht bij de algemene dekkingsmiddelen.

Schuld

Terug naar navigatie - Financiering - Schuld
Schuld Bedragen x € 1.000
Begin boekjaar Einde boekjaar verschil
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 232.534 212.820 -19.714
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar 27.887 50.779 22.892
Overlopende passiva 142.788 162.338 19.550
Stadsschuld 403.209 425.937 22.728
Waarvan langlopende leningen 229.601 210.019 -19.582

Stadsschuld en financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Financiering - Stadsschuld en financieringsbehoefte

De bruto stadsschuld bestaat uit de vaste en vlottende schulden, alsmede de verplichtingen die in een volgend jaar tot betaling komen (overlopende passiva).

De bruto stadsschuld is in 2025 toegenomen met € 22,7 miljoen. Deze mutatie komt enerzijds door een toename van de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva met respectievelijk € 22,9 miljoen en € 19,5 miljoen en anderzijds door een daling van de vaste schulden met € 19,7 miljoen.

De vaste schulden bestaan voor het grootste deel uit langlopende leningen van banken en overige financiële instellingen. Een klein deel bestaat uit ontvangen waarborgsommen en vooruitontvangen afkoopsommen van derden voor erfpachtovereenkomsten. Een deel van de langlopende leningen is weer doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties, Stimuleringsfonds Volkshuisvesting en Parkeren Delft BV. Voor een nadere toelichting op de verstrekte leningen wordt verwezen naar de balanspost 'verstrekte leningen'.

Ontwikkeling leningenportefeuille
Per saldo is de opgenomen leningenportefeuille met bijna € 19,6 miljoen afgenomen door hoofdzakelijk reguliere aflossingen. De mutaties in de portefeuilles opgenomen geldleningen (o/g > 1 jaar) en uitgeleende geldleningen (u/g > 1 jaar) wordt weergegeven in de tabel ontwikkeling leningenportefeuille 2025. Naast de reguliere aflossingen hebben we € 10 miljoen extra afgelost.

Rente

Terug naar navigatie - Financiering - Rente

Voor zowel de korte rente (geldmarktrente) als de lange rente (kapitaalmarktrente) geldt dat deze in 2025 is gedaald. De ECB heeft in 2025 in vier gelijke stappen de REFI rente (herfinancieringsrente) met 1% naar beneden gebracht van 3% naar 2%. De verwachting is dat deze rente gelijk zal blijven in 2026. De renteontwikkeling houden we nauwlettend in de gaten.

Het renteresultaat
Op grond van de Financiële verordening moeten we inzicht bieden in de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie en in de omslagrente. Het renteschema zoals de commissie BBV dat adviseert, biedt dit inzicht.

Onder projectfinanciering wordt verstaan: het aantrekken van externe financiering voor een specifiek project. Financiering met eigen vermogen wordt niet aangemerkt als projectfinanciering. Er moet extern een lening zijn aangetrokken om het betreffende project te kunnen financieren. In het geval van projectfinanciering wordt inderdaad de voor die aangetrokken lening geldende rente toegerekend aan het betreffende project. Dit kan een ander percentage zijn dan wordt toegerekend op basis van de omslagrente. In 2025 is dit in Delft niet aan de orde geweest. We hebben geen projectfinanciering aangetrokken of lopen.

De omslagrente wordt bij de begroting berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage.

De totaal door te rekenen externe rente is € 0,2 miljoen (werkelijke rentelasten € 5,9 miljoen -/- werkelijke rentebaten € 5,7 miljoen). Als rekening wordt gehouden met de doorbelasting aan de overige taakvelden bedraagt het renteresultaat op het taakveld Treasury € 0,5 miljoen positief, hetgeen circa € 0,2 miljoen positiever is dan geraamd.

Om te bepalen of de stadsschuld betaalbaar is, kijken we naar de rentedruk. Hiermee laten we het aandeel van de rentekosten in de begroting zien. Hoe hoger de rentedruk, hoe minder ruimte er is voor andere uitgaven. In het verslagjaar is de bruto rentequote 1,1% (norm: lager dan 5%) en de netto rentequote 1,0 % (norm: lager dan 2,5%).

Renteschema

Terug naar navigatie - Financiering - Renteschema
Renteschema Primaire begroting 2025 Bijgestelde begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil Rentedruk
Bedragen x € 1.000
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 5.957 6.056 5.930 126 1,1%
b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering 5.175 5.484 5.751 267 1,0%
Totaal door te rekenen externe rente 781 572 179 393 0,0%
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -
c2. De rente van projectfinanciering toegerekend aan taakvelden. -
Saldo door te rekenen externe rente 781 572 179 393
d1. Rente over eigen vermogen - - - -
d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) - - - -
De aan taakvelden (inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente 781 572 179 393
e. De aan taakvelden (inclusief Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 793 877 697 180
f. Renteresultaat op het taakveld treasury 12 305 518 213

Renterisico-norm en renterisico's

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico-norm en renterisico's
Renterisico-norm en renterisico's 2025
Bedragen x € 1.000 2025
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g -
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) -
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld
3b. Nieuwe verstrekte lange leningen
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) -
5. Betaalde aflossingen 19.582
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) -
7. Renterisico op vaste schuld (2+6) -
Renterisiconorm
8. Begrotingstotaal 500.707
9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 20%
10. Renterisiconorm (8 x 9) 100.141
Toets renterisiconorm
10. Renterisiconorm 100.141
7. Renterisico op vaste schuld -
11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7) 100.141

Kasgeldlimiet 2025

Terug naar navigatie - Financiering - Kasgeldlimiet 2025
Kasgeldlimiet 2025
Bedragen x € 1.000 kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4
Vlottende korte schuld Maand 1
Maand 2
Maand 3
Vlottende middelen Maand 1 164.105 146.413 189.450 161.512
Maand 2 161.342 159.726 183.302 167.456
Maand 3 151.768 166.684 180.102 192.372
Netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) Maand 1 164.105 146.413 189.450 161.512
Maand 2 161.342 159.726 183.302 167.456
Maand 3 151.768 166.684 180.102 192.372
Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) 159.072 157.608 184.285 173.780
Toets kasgeldlimiet
Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) 159.072 157.608 184.285 173.780
Toegestande kasgeldlimiet 42.560 42.560 42.560 42.560
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet 201.632 200.168 226.845 216.340
Begrotingstotaal (*) 500.707
Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 8,5%
Kasgeldlimiet 42.560
* totaal bedrag van de baten

Renterisico's

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico's

De Wet financiering decentrale overheden (FiDO) hanteert twee normen voor het beheersen van het renterisico, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet:

Renterisiconorm
Als de gemeente nieuwe geldleningen aantrekt of oude leningen aflost en moet herfinancieren, ontstaat daarover een renterisico. De wet FiDO stelt een maximum aan het bedrag waarover de gemeente in enig jaar een renterisico mag lopen. Deze zogenaamde renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal op 1 januari van het betreffende jaar. Bovenstaande tabel geeft inzicht in het renterisico op de vaste schuld, in relatie tot de norm zoals die is voorgeschreven in de wet FiDO. Delft is ruim onder de wettelijke norm gebleven.

Kasgeldlimiet
Om het renterisico op de vlottende schuld te beheersen, hanteert de wet FiDO een kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is het gemiddelde saldo van de korte vlottende schuld en de korte vlottende middelen per kwartaal. Dit saldo mag niet meer zijn dan 8,5% van de totale begroting van de gemeente. Als het saldo groter is en als dit meer dan drie opeenvolgende kwartalen het geval is, moet geld worden aangetrokken voor een periode langer dan een jaar. Het beleid van Delft is enerzijds gericht op beheersing van en sturing op kasstromen en anderzijds op minimalisatie van de rentelasten. De gemeente mag de kasgeldlimiet gedurende een aaneengesloten periode van drie kwartalen overschrijden zonder dat de provincie om ontheffing moet worden gevraagd. Het Treasuryberaad maakt daarover een afweging. Bovenstaande tabel laat zien dat de kasgeldlimiet in 2025 niet is overschreden.