Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Algemeen

Deze paragraaf gaat over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen, water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering, gebouwen en maatschappelijke voorzieningen. In deze paragraaf geven we aan hoe we kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. In de Financiële verordening is onder andere opgenomen hoe en wanneer de gemeente haar kapitaalgoederen afschrijft. De paragraaf is opgebouwd uit de volgende onderdelen: openbare ruimte, vastgoed en maatschappelijke voorzieningen. Per onderdeel gaan we in op de specifieke beleidskaders, beheerplannen en financiën. In de onderstaande tabel is het overzicht van de beheer- en beleidsplannen opgenomen.

 

Bedragen * € 1.000 Vastgesteld (jaar) Looptijd (t/m jaar) Financële vertaling in begroting (ja/nee) 

Financiering via reserve /voorzieningen/exploitatie/investering (V/E/I/R)

Actueel beleidsplan (ja/nee) Achterstallig onderhoud (ja/nee)
Wegen 2023 2027 Ja E/R/I Ja Ja
Riolering 2021 2026 Ja E/V Ja Nee
Groen en water 2023 2027 Ja E/R/I Ja Nee
Civiele constructies 2023 2027 Ja E/R/I Ja Nee
Verlichting 2023 2027 Ja E/I Ja Nee
Speeltoestellen 2023 2027 Ja E/I Ja Nee
Verkeersregelinstallaties 2022 2025 Ja E/I Ja Nee
Straatmeubilair en bebording - - Ja E Ja Nee
Vastgoed 2019 2023 Ja V/E Nee Nee
Sportparken 2023 2027 Ja E/V Ja Nee

 

Openbare ruimte

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare ruimte

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Een goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte. Daarnaast is een functionele én goed onderhouden openbare ruimte van groot economisch belang en draagt deze ertoe bij dat Delft een aantrekkelijke plaats is om te verblijven en in te investeren.

Voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte heeft de gemeente een aantal instrumenten. Dit zijn het integrale beheersysteem en de diverse schouw- en inspectierondes voor de vaststelling van de onderhoudsgesteldheid van de openbare ruimte. Op basis hiervan maken we via de beheerplannen keuzes voor de instandhouding en/of vervanging en de daarvoor benodigde middelen.

De beheerplannen geven op korte en middellange termijn (twintig jaar) aan welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen in welk jaar genomen worden om het kapitaalgoed in stand te houden. Ook wordt er inzichtelijk gemaakt welke financieringsbehoefte er is op de korte termijn (vijf jaar). Voor de langere termijn is de Nota Kapitaalgoederen opgesteld. Deze geeft een theoretische weergave van de vervangingsopgave voor de periode van twintig tot honderd jaar.

Beheerplannen
De beheerplannen zijn gebaseerd op een technische controle en/of schouw van het areaal in het terrein en geven een realistisch beeld van de uit te voeren werkzaamheden en de budgetten die hiervoor nodig zijn. We zijn eind 2025 gestart met het opstellen van een Integraal Beheerplan, waarin de afzonderlijke bestaande beheerplannen en de Beheervisie worden opgenomen. De technische en beeldkwaliteitsniveaus zijn vastgesteld op de ondergrens van duurzaam technische instandhouding (CROW-niveau 'C'). Dit met uitzondering van de binnenstad en het beschermd stadsgezicht, waar we CROW-niveau 'B' hanteren. Deze niveaus zijn opgenomen in de beheerplannen. 

Areaaluitbreidingen (stelpost areaaluitbreiding gebiedsontwikkelingen)
Doordat er meer mensen in de stad komen wonen in nieuwe huizen (we noemen dit areaaluitbreiding), nemen de kosten voor de gemeentelijke organisatie toe. Die kosten zitten vooral in het beheer van de nieuwe openbare ruimte, de kosten voor toezicht en handhaving in die openbare ruimte en de kosten voor de dienstverlening aan nieuwe inwoners. In deze tabel wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel extra kosten voortkomen uit welke gebieden en hoe die verdeeld zijn naar de betreffende programma's (schone en veilige stad en overhad). Elk jaar bij de Kadernota actualiseren we deze tabel. Voor de toekomstige (nog niet begrote) kosten die gemoeid zijn met de areaaluitbreiding is een stelpost beschikbaar in het programma Financiën (zie Stelposten). De kosten uit de tabel worden met de stelpost voor areaaluitbreiding verrekend. 

Areaaluitbreiding gebiedsontwikkelingen  
Bedragen * € 1.000 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 e.v.
               
Nieuw Delft 550 550 550 550 550 550 550
Schoemakerplantage 100 100 100 100 100 100 100
Schieoevers station Campus 30 30 30 30 30 30 30
Schieoevers Kabeldistrict 178 197 284 541 613 809 932
De Staal           89 89
Gelatinebrug   495 495 495 495 495 495
Gelatinetunnel   62 62 62 62 62 62
Nieuwe Haven 55 55 55 55 55 55 55
Gele Scheikunde 107 107 107 107 107 107 107
Delfia 50 100 100 100 100 100 100
Bethelpark 50 50 50 50 50 50 50
Ecofietsbrug A13   110 110 110 110 110 110
Kop van Buitenhof         88 88 88
Subtotaal BOR 1.120 1.856 1.943 2.201 2.272 2.557 2.680 
Handhaving 239 239 320 398 398 478 510
Subtotaal Handhaving 239 239 320 398 398 478 510 
Interne Dienstverlening (overhead BAG BGT) 75 100 125 150 175 200 225
KCC 105 175 210 245 280 350 385
Subtotaal ID 180 275 335 395 455 550 610 
Totaal kosten 1.539 2.370 2.598 2.994 3.125 3.585 3.800 


Stijgende kosten

Bovenop de reguliere aanpassing van de budgetten aan het huidige prijspeil, bestaat bij alle kapitaalgoederen het risico dat zich extra kostenstijgingen voordoen. Dit als gevolg van sterk stijgende grondstofprijzen, materieel- en materiaalkosten. Als dit risico optreedt, zijn de beschikbare middelen niet toereikend voor de beoogde werkzaamheden en kan sprake zijn van consequenties voor de leefbaarheid en het veilig gebruik van de openbare ruimte. Zo nodig volgt in de Kadernota een voorstel voor aanpassing van de budgetten.

Wegen
De omvang van het wegennet is circa 330 hectare. Hiervan is circa 84 hectare asfalt en circa 10 hectare halfverharding. De overige 236 hectare bestaat uit elementenverharding. Uit de meest recente inspecties blijkt dat we met 12% op CROW-niveau D achterstanden hebben in het onderhoud. Dit ondanks de inzet van aanvullende middelen in de afgelopen periode. Daarom zetten we verder in op het onderhoud van het areaal en stellen we conform het beheerplan aanvullend investeringsbudget beschikbaar. Een groot deel van het achterstallig onderhoud bevindt zich in wijken waar het riool vervangen moet worden (Voorhof en Buitenhof). Als gevolg van de extra degeneratievergoeding voor onder andere de glasvezel uitrol in Delft is de degeneratievergoeding in de voorziening Degeneratie gedoteerd. Zodat het herstel van straten in het daarop volgende jaar geprogrammeerd en uitgevoerd kan worden. 

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Wegen Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 1.315 1.321 989 989
Groot onderhoud (E) 2.441 2.441 2.783 2.783
Kapitaallasten (E) 781 892 1.019 1.115
Totaal 4.537 4.654 4.791 4.887 
         
Wegen investeringen 5.235 4.985 3.205 2.500

 

Riolering
In 2021 is het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2022-2026 vastgesteld. Binnen dit vGRP is er naast de aandacht voor de afvalwaterzorgplicht – de duurzame instandhouding van het rioolstelsel – ook aandacht voor de hemelwater- en grondwaterzorgplicht. In het vGRP zijn watergerelateerde klimaatmaatregelen opgenomen. Het beoogde kwaliteitsniveau hebben we vastgelegd en vertaald naar de hiervoor benodigde inspanningen en financiële middelen. Om invulling te geven aan de verschillende zorgplichten voeren we projecten uit. Denk hierbij aan het aanleggen van een gescheiden rioolstelsel, het vervangen van riolering die niet meer voldoet aan de gestelde eisen en het onderhouden van gemalen en drukriolering.

De bewoners en bedrijven in Delft betalen rioolheffing. De opbrengst hiervan besteden we geheel aan het vervullen van de drie zorgplichten. Bij het bepalen van het riooltarief gaan we uit van een 100% kostendekkend tarief. Vanaf 2020 is er gedurende ongeveer tien jaar een vervangingspiek in de riolering. Deze wordt veroorzaakt door een niet-homogene opbouw van het stelsel. De hiervoor benodigde investering wordt geactiveerd en vervolgens (versneld) afgelost. Hierdoor kunnen we het tarief van de rioolheffing stabiel houden. De kostendekkendheid van het tarief lichten we toe in de paragraaf lokale heffingen.

Het hierboven genoemde risico van extra kostenstijgingen geldt ook voor het vGRP. Als de kostenstijging zich voordoet, wordt nader bezien wat hiervan de gevolgen zijn voor de totale kosten en opbrengsten in het gesloten circuit.

bedragen x € 1.000    
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 2.166 2.436 2.641 3.041
Groot onderhoud (E) 1.432 1.332 1.332 1.332
Dotatie voorziening (V) 7.084 7.084 7.084 7.084
Kapitaallasten (E) 511 579 702 692
Totaal 11.194 11.431 11.759 12.149 
         
Riolering investeringen 5.993 6.704 7.547 7.547

 

Groen en water
Het openbaar groen en water zijn een beeldbepalend onderdeel van de openbare ruimte. In 2023 is het beheerplan Groen en water vastgesteld voor de periode 2024-2027. Het beheerplan geeft een verdere uitwerking van de beleidskaders die de raad heeft vastgesteld in de nota Groen. In het beheerplan zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor het onderhouden van het groen in de stad. Maar ook om de klimaatadaptieve inrichting te kunnen onderhouden.

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Groen en Water Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 5.847 6.068 6.122 5.849
Groot onderhoud (E) 704 704 451 136
Kapitaallasten (E) 486 689 824 1.183
Totaal 7.037 7.461 7.397 7.168 
         
Groen investeringen 1.703 1.703 1.703 1.703

 

Civiele constructies
In 2023 heeft de raad het beheerplan Civiele constructies vastgesteld. In dit beheerplan zijn de civiele kunstwerken en de constructieve beschoeiingen samengevoegd. De inzet van de middelen is gericht op duurzaam technische instandhouding (minimale instandhouding, functionaliteit en voorkoming van kapitaalvernietiging). Uit inspecties blijkt dat de ondergrens van duurzaam technische instandhouding is bereikt. Voor het uitvoeren van regulier onderhoud op het beoogde onderhoudsniveau en vervanging zijn daarom de investeringsbudgetten aangepast. Uit aanvullende inspecties blijkt dat op verschillende plekken het areaal in slechtere staat is dan op basis van de vorige inspecties verwacht kon worden.

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Civiele Constructies Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 817 817 817 817
Groot onderhoud (E) 963 963 963 963
Kapitaallasten (E) 1.537 1.749 824 2.846
Totaal 3.317 3.530 2.010 4.626 
         
Investeringen Civiele Constructies 5.700 5.050 2.500 2.500

 

Openbare verlichting
In 2023 is het beheerplan Openbare verlichting vastgesteld. Het beleid is gericht op duurzaam instandhouding van de openbare verlichting in Delft. Hierbij kijken we ook naar het slim verduurzamen van het areaal. De financiële middelen die nodig zijn voor uitvoering hiervan zijn opgenomen in de reguliere exploitatiebegroting. De vervanging van lichtmasten, het kabelnetwerk en de OV-toonschakeling worden via investeringen gefinancierd. In het vastgestelde beheerplan is met name extra budget beschikbaar gesteld voor de vervanging van lichtmasten en de vervanging van de kabelstructuur. Ook vervangen we de spanverlichting in de binnenstad die aan het einde van de levensduur is.

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Openbare Verlichting Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 1.687 1.683 1.683 1.683
Groot onderhoud (E) 0 0 0 0
Kapitaallasten (E) 318 416 549 709
Totaal 2.005 2.099 2.232 2.392 
         
Investeringen Openbare Verlichting 2.502 2.200 2.200 2.200

 

Speeltoestellen
In 2023 is het beheerplan Speelvoorzieningen vastgesteld. De vervangingen worden conform dit beheerplan uitgevoerd. In 2025 is nog gewerkt conform het speelbeleid 'Ruimte voor spelen', de uitgangspunten daarin voldeden voor de uitvoering. In 2025 is de visie Spelen Ontmoeten en Bewegen vastgesteld. De uitwerking hiervan wordt meegenomen in het nieuw op te stellen Integraal Beheerplan.

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Spelen Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 441 443 443 443
Groot onderhoud (E) 0 0 0 0
Kapitaallasten (E) 0 0 0 0
Totaal 441 443 443 443
         
Investeringen Spelen 530 530 530 530

 

Verkeersregelinstallaties
In 2022 is het beheerplan Verkeersregelinstallaties vastgesteld. Het beleid is gericht op duurzaam instandhouding van de verkeersregelinstallaties, het parkeerrouteinformatiesysteem (PRIS) en afsluitingen in Delft. De voor uitvoering hiervan benodigde financiële middelen zijn deels opgenomen in de reguliere exploitatiebegroting. De vervanging van de verkeersregelinstallaties wordt gefinancierd via investeringen.

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Verkeersregel Installaties Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 1.007 1.007 1.007 1.007
Groot onderhoud (E) 0 0 0 0
Kapitaallasten (E) 0 0 0 0
Totaal 1.007 1.007 1.007 1.007
         
Investeringen VRI 315 315 315 315


Straatmeubilair en bebording

Voor Straatmeubilair en bebording is nog geen beheerplan vastgesteld. Door capaciteitsgebrek is er in 2025 geen invulling gegeven aan het opstellen van een beheerplan. Dit wordt in 2026 meegenomen in het nieuw op te stellen integraal beheerplan. Op dit moment worden de kosten van straatmeubilair en bebording gefinancierd vanuit de exploitatiebegroting.

bedragen x € 1.000    
Beheerplan Straatmeubilair en Bebording Begroot 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
Regulier onderhoud (E) 505 506 506 506
Groot onderhoud (E) 0 0 0 0
Kapitaallasten (E) 0 0 0 0
Totaal 505 506 506 506
         
Investeringen VRI 0 0 0 0

 

Vastgoed

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Vastgoed

Kaders
Onderhoudskosten bepalen een belangrijk deel van de kosten voor instandhouding van objecten. Het onderhoudsbeleid en onze verduurzamingsambities geven prioriteiten en kaders waarbinnen het Vastgoedbedrijf het onderhoud uitvoert aan de gebouwen waar we als eigenaar verantwoordelijk zijn. Het onderhoud beïnvloedt de levensduur, kwaliteit en waarde van een object, de uitstraling naar de omgeving en zorgt voor naleving van contractuele afspraken uit de huurovereenkomst. Het onderhoud bepaalt ook een substantieel deel van de huurprijs gebaseerd op de integrale kostprijs.
 
Het onderhoudsbeleid gaat op hoofdlijn uit van sober en doelmatige instandhouding op basis van een objectieve conditiemeting volgens NEN2767 in een vierjaarlijkse cyclus. Het uitvoeren van onderhoud richt zich op instandhouding van bestaande voorzieningen. Dit betekent dat verbeteringen die bijdragen aan comfort of gebruikswaarde niet zijn opgenomen in het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP). De investeringen in duurzaamheid brengen we in beeld via de routekaart verduurzaming en het uitvoeringsplan. De investeringen kunnen impact hebben op de onderhoudskosten. Bij het uitvoeren van de verduurzaming verwerken we de gevolgen in het MJOP. 


Planning
De objectieve conditiemetingen per pand zijn in 2024 geactualiseerd. De meerjarige onderhoudsbegroting is herijkt op basis van deze conditiemetingen en is de basis voor de meerjarige onderhoudsplanning. Het verschil tussen de vastgestelde conditie en de gewenste kwaliteit bepaalt het jaar waarin het verwachte onderhoud wordt gepland. Het MJOP laat zien welke middelen nodig zijn om de gemeentelijke gebouwen in de gewenste staat te houden of te brengen op basis van de vastgestelde kaders en ambities.

In werkelijkheid fluctueert het onderhoudsvolume. In de begroting worden deze kosten verdeeld over een periode van 20 jaar op basis van een gemiddelde. De jaarlijkse storting in de voorziening bedroeg voor 2025 € 2.459.318. Deze dotatie vindt voor € 397.000 plaats vanuit het programma Algemene dekkingsmiddelen en Overhead en voor € 2.062.318 uit het programma Economie en vastgoed. In 2025 is echter € 2 miljoen minder in de voorziening gestort, omdat dit in het verleden gespaard is voor onderhoud aan het museum Prinsenhof, maar niet wordt uitgevoerd vanuit deze voorziening. Dit onderhoud wordt bij de verbouwing van het museum meegenomen. Dit is daarom gestort in de reserve Museum Prinsenhof.

De werkelijk gemaakte kosten in het uitvoeringsjaar komen ten laste van deze voorziening. Naarmate het onderhoud verder in de toekomst gepland ligt, neemt de betrouwbaarheid van het MJOP af. Het MJOP is een globale langetermijnplanning. Daarom worden herinspecties uitgevoerd en wordt elk jaar een concreet uitvoeringsplan opgesteld. In het jaarplan clusteren we werkzaamheden logisch om efficiënt gebruik te maken van de middelen en overlast voor gebruikers te voorkomen. Het jaarplan wordt opgesteld in het jaar voorafgaand aan de uitvoering. Bij het opstellen van het jaarplan houden we rekening met verschillende factoren, zoals marktomstandigheden, capaciteitsplanning en de planning van onze verduurzamingsopgave.

Risico’s in verband met marktomstandigheden
De dotaties aan de voorziening en het saldo van de voorziening wordt niet geïndexeerd. Daardoor worden bij de vastgoedanalyse de indexatie effecten van meerdere jaren in een keer zichtbaar worden. Jaarlijks bij de Najaarsrapportage wordt beoordeeld of de voorziening toereikend is en of er incidentele dotatie noodzakelijk is om te voorkomen dat de voorziening negatief wordt. Langere doorlooptijden door krapte op de markt en stijging van bouwkosten (materiaal en loonkosten) zijn mogelijk. De objectieve conditiemeting volgens NEN2767 is een visuele inspectie. Bij de voorbereiding van het onderhoud wordt per element gedetailleerd onderzoek uitgevoerd. Het risico bestaat dat het onderhoud duurder uitvalt dan vooraf geraamd.

Maatschappelijke voorziening

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Maatschappelijke voorziening

De gemeente heeft een zorgplicht om voor het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs voldoende lesuren bewegingsonderwijs aan te bieden. De gemeente is ook verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportaccommodaties. Uitgangspunt daarbij is dat de Delftse sportaccommodaties toegankelijk, functioneel en veilig moeten zijn en daarmee voldoen aan de normering van de sportbonden. Op basis van deze uitgangspunten actualiseren we jaarlijks het beheerplan Buitensport.

Onderwijshuisvesting
Voor het primair onderwijs krijgt de gemeente middelen van het Rijk voor instandhouding van de voorziening bewegingsonderwijs. Op basis van gemiddelde ramingen van de meerjaren onderhoudsplanning (MOP) is er structureel budget beschikbaar conform het reguliere vastgoedbeleid.

Sportvoorzieningen
Het beheerplan Buitensport maakt inzichtelijk wat de verwachte kosten zijn voor (dagelijks) beheer en onderhoud en voor groot onderhoud. Daarnaast bevat het beheerplan Buitensport ook renovatieplanning (investeringen) voor de bestaande sportvelden en inrichting van de buitensportaccommodaties.

 

Buitensportaccommodaties   bedragen x € 1.000
Sportpark/Sportveld Dagelijks onderhoud Meerjaren investering Totale kosten bedragen
Sporthal Brasserskade 319 1.040 1.359
Sportpark Pauwmolen 77 0 77
Sportpark Biesland 100 0 100
Sportpark Kruithuisweg 79 32 111
Sportpark Kerkpolder 113 0 113
 Sportpart Tanthof-Zuid  138 2.279  2.417
Totaal 826 3.351 4.177