15.000 woningen groeien in de periode 2018-2040, betaalbare nieuwbouw (bestuurlijk accent ruimte voor wonen)
In 2025 zijn in Delft circa 300 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Dat is fors minder dan in 2024 (circa 1.300) en ook fors minder dan de benodigde circa 850 nieuwe woningen per jaar. Voor de jaren 2026 en 2027 zitten er meer woningen in de pijplijn, al blijft de nieuwbouw onder de streefwaarde van 850 per jaar. Het percentage betaalbare nieuwbouwwoningen is te laag om tot het jaar 2040 structureel een woningvoorraad van een derde deel sociale huurwoningen te behouden. De Delftse Woonmonitor 2025 onderstreepte dit nogmaals. We hebben ook de notitie Betaalbaar wonen in Delft opgewerkt. In 2026 werken we via het op te stellen Volkshuisvestingsprogramma verder aan instrumentarium ter invulling van de ambities vanuit de Woonvisie en de Wet versterking regie op de volkshuisvesting.
We constateren dat door onder meer procedures bij de Raad van State, stijgende bouwkosten, hogere rentelasten en gebrek aan personele capaciteit bij actoren het woningbouwprogramma in de knel komt.
In 2025 is op het gebied van monitoring een volgende slag geslagen via de regionale Publiek Private Monitor (PPM). Hiermee worden knelpunten en belemmeringen van nieuwbouwprojecten inzichtelijk, zowel vanuit gemeenten als vanuit ontwikkelaars en woningcorporaties. Hiermee kunnen we sneller regie terugpakken door bijvoorbeeld te herprioriteren, bij te sturen of hulp te vragen waar mogelijk. Via een medio 2024 opgezette lokale Bouwtafel proberen we versnelling te realiseren. In 2024 zaten de corporaties al aan tafel, in 2025 zijn ook de projectontwikkelaars aangesloten. De Lokale Bouwtafel staat in verbinding met de Regionale Versnellingstafel waaraan onder meer het Rijk en de provincie Zuid-Holland deelnemen. Ook de PPM dient als input voor de Regionale Versnellingstafels. Ook in G40-, VNG, NPLV-, Verstedelijkingsalliantie-, NSN- en NKN-verband werkten we samen om tot gedeelde afspraken en maatregelen ter beslechting van de woningbouwopgave te komen.
Met de grote woningcorporaties die in Delft actief zijn, hebben we in 2025 wederom gewerkt aan nieuwe lokale prestatieafspraken. Het traject kwam met vertraging op gang als gevolg van de door het Rijk aangekondigde huurbevriezing, die uiteindelijk niet door is gegaan. Dat maakt dat de corporaties in 2025 in tegenstelling tot voorgaande jaren, geen bod hebben uitgebracht. Desondanks is het gelukt om opnieuw afspraken te maken over onder meer de streefvoorraad en de beoogde nieuwbouwlocaties voor betaalbare huurwoningen.
Het gemeentelijk meldpunt voor collectieve woonvormen heeft ervoor gezorgd dat er tot nu toe twaalf collectieven (in spé) zijn aangemeld. Afhankelijk van kenmerken van een collectief ondersteunen we collectieve initiatieven door onder meer kennisdeling, het plaatsen van initiatieven op de gemeentelijke kansenlijst en het koppelen van initiatiefnemers aan locaties. Dit heeft ervoor gezorgd dat er op meerdere locaties gesprekken lopen om tot realisatie van collectieve woonvormen te komen. In de Woonmonitor 2025 is de positie van wooncollectieven uitgebreid.
In 2025 zijn 29 startersleningen verstrekt. In december moesten we de verstrekking beëindigen omdat het plafond van beschikbare middelen werd bereikt.