3.7 Gezonde en sociale stad
Autonome ontwikkeling Jeugdhulp en taakstellingen
Het gaat hierbij om deze financiële consequenties:
|
Omvang lasten (bedragen x € 1.000) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Jeugd – voordeel |
-8.393 |
-8.266 |
-8.566 |
-8.566 |
-7.066 |
|
Wmo – voordeel |
-200 |
-200 |
-200 |
-200 |
-200 |
|
Taakstelling sociaal domein |
444 |
944 |
1.444 |
1.444 |
1.444 |
|
Taakstelling HervormingsAgenda |
569 |
1.139 |
3.336 |
3.336 |
3.336 |
|
Besparingen inkoop jeugd, gebaseerd op realisatie jeugd 2025 |
|
|
-800 |
-800 |
-800 |
De positieve realisatie jeugdhulp (structureel € 4,8 miljoen) en Wmo (structureel € 0,2 miljoen) in 2025 leidt tot een bijstelling van de meerjarige prognoses voor 2026 en verder. Tegelijkertijd zijn er twee meerjarige taakstellingen op jeugdhulp:
- Transitie sociaal domein
- HervormingsAgenda Jeugd
Deze twee elementen hebben een grote onderlinge samenhang. Door de stijgende kosten, groeiende vraag en het open-einde-karakter van zowel de Wmo als de Jeugdwet is de afgelopen jaren maximaal ingezet op kostenbewustzijn. Van daaruit zijn twee taakstellingen opgenomen in de begroting: één voor besparingen specifiek vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en één voor de transitie sociaal domein.
Voor de taakstelling Hervormingsagenda Jeugd zijn onder meer de volgende maatregelen genomen: sturen op verwijsstromen huisartsen, implementatie van een richtinggevend kader jeugdhulp bij Delft Support, interventie Duurzaam Ouderschap na Scheiding, implementatie van Familie Groepsplan en Proeftuin Toekomstscenario. De maatregelen hebben geleid tot minder kinderen in de jeugdhulp dan verwacht en een daling van de kosten per cliënt. Hiermee geven we voor een belangrijk deel vorm aan de besparingsopgave vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd.
Voor de brede transitie sociaal domein hebben we in de volle breedte van het sociaal domein hervormingen doorgevoerd en gestuurd op kostenbewustzijn. Er is onder andere de volgende inzet gedaan om de gestelde taakstelling te realiseren: ondersteuning nabij en laagdrempelig (waaronder de vorming van de nieuwe verbonden partij Delft voor Elkaar), een pilot mondzorg consultatiebureau, (trauma)therapie taalklassen, groeigroepen Delft-West, versterken van de pedagogische basis Pro Grotius en inrichting vervoer voorliggende voorzieningen.
Concreet betekent dit dat het restant van de taakstelling binnen de breedte van het sociaal domein is ingelopen. Ook de taakstelling die volgt uit de hervormingsagenda kan hierop worden aangepast. Daarna resteert een taakstelling die naar verwachting gerealiseerd kan worden door de nieuwe inkoop van de jeugdhulp. Wel blijven we rekening houden met een aanvullende besparingsopgave vanuit de inkoop van jeugd per 2028.
Actualisatie Wmo (overig)
Het gaat hierbij om de volgende financiële consequenties:
|
Omvang lasten (bedragen x € 1.000) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Taakveld 6.60 Hulpmiddelen en diensten |
250 |
250 |
250 |
250 |
250 |
|
Taakveld 6.711 Huishoudelijke hulp |
-250 |
-1.150 |
-1.350 |
-1.350 |
-1.350 |
|
Taakveld 6.712 Begeleiding |
|
-900 |
-900 |
-900 |
-900 |
|
Kosten Khonraad |
|
-50 |
-50 |
-50 |
-50 |
|
Omvang baten (bedragen x € 1.000) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Progr. Fin.: vrijval Wmo prijscomp. uit res. Sociaal Domein 2024 |
|
1.111 |
1.087 |
1.430 |
1.430 |
|
Progr. Fin.: vrijval Wmo prijscomp. uit res. Sociaal Domein 2025 |
|
|
|
|
357 |
Bij de Wmo spelen (verder) deze aspecten:
- Verplichting: gemeenten moeten bij inkoop Wmo-diensten (zoals huishoudelijke hulp, begeleiding) een reële prijs hanteren die redelijkerwijs de kosten dekt.
- Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Reële prijs Wmo 2015’: deze maatregel, aangescherpt per 1 juli 2024, verplicht gemeenten om ten minste rekening te houden met:
o Kosten van zorgverlenend personeel (salaris, toeslagen, belastingen)
o Redelijke overheadkosten (ICT, huisvesting, management)
o Kosten voor zorgcontinuïteit (ziekte, scholing)
o Indexatie (jaarlijkse aanpassing aan kostenstijgingen).
Vanuit deze verplichtingen is een kostprijsonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat bijstelling van de tarieven noodzakelijk lijkt. Besluitvorming hierover vindt regionaal plaats. De daadwerkelijke impact wordt nader onderzocht, maar het wordt onverstandig geacht om geen rekening te houden met stijgende kosten.
Daarnaast is in 2024 structurele prijscompensatie vanuit het Rijk in de reserve Sociaal Domein toegevoegd. Het voorstel is – in lijn met de beoogde doelstelling van de storting toentertijd – deze in te zetten ter demping van de kostprijsstijging in de Wmo. Ten slotte is bij deze actualisatie ook de jaarlijkse prijsstijging van Khonraad meegenomen; het systeem ter uitvoering van het opleggen van een IBS (inbewaringstelling, onvrijwillige spoedopname afgegeven door de burgemeester van een gemeente, wanneer sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door het gedrag van een persoon).
Uitvoering regiovisie Huiselijk Geweld
|
Omvang lasten (bedragen x € 1.000) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Programma Gezonde en sociale stad |
|
225 |
225 |
225 |
225 |
De gemeente heeft een wettelijke taak (Wmo) in het tegengaan van huiselijk geweld. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is verankerd in diverse landelijke akkoorden, actieplannen en wettelijke kaders. Het huidige (landelijke) beleid richt zich op een integrale aanpak, waarbij samenwerking tussen ketenpartners (politie, Veilig Thuis, zorg) centraal staat. Ook het tegengaan van femicide staat hoog op de agenda. Zonder de middelen zal de inzet op het gebied van tegengaan van onder meer huiselijk geweld en femicide verminderen. Eerder is in de gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis geld beschikbaar gesteld om lokaal te investeren. Hierbij is de afspraak gemaakt dat elke gemeente dit vanaf 2027 zou opnemen in de lokale begroting en er geen regionale middelen meer beschikbaar zouden worden gesteld. Hierdoor is sprake van een verplichting.
Jeugd Interventie Team – begrotingspostsubsidie (€ 39.000 incidenteel 2026)
Dit betreft een budgetneutrale post, die enkel is ingegeven vanuit juridische gronden die spelen voor zogeheten ‘begrotingspostsubsidies’. Voor de uitgaande subsidies is in de Programmabegroting 2025-2028 een overzicht opgenomen (in de paragraaf Verbonden partijen en subsidies). In het overzicht zijn subsidieontvangers en bedragen vermeld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld (overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, derde lid onder c). In de loop van 2026 bleek dat voor Stichting JESS, onderdeel JIT (Jeugd Interventie Team) een te laag bedrag in het overzicht van de programmabegroting staat. Dit overzicht wordt voor 2026 aangepast voor Stichting JESS van € 125.000 naar € 164.120. Dit past binnen de financiële kaders voor de subsidies, die al zijn opgenomen in de programmabegroting bij de individuele programma’s. Doordat de dekking wordt gevonden binnen het programma zijn er per saldo geen financiële consequenties.
Delft Support - actualisatie Wmo
|
Omvang lasten (bedragen x € 1.000) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
Programma Gezonde en sociale stad |
235 |
235 |
235 |
235 |
235 |
Door de vergrijzing is er een duurzame toename in het aantal Wmo-meldingen, het aantal Wmo-cliënten en de uitvoeringskosten. De uitvoeringscapaciteit is in de afgelopen jaren niet meegegroeid met de toename van de Wmo. Er zijn verschillende maatregelen getroffen en interventies uitgevoerd om deze stijging op te vangen binnen bestaande caseload. Verdere interventies zijn niet meer mogelijk. Gegeven de wettelijke vereisten is het aantal huisbezoeken op dit moment te laag en wordt de wettelijk gevraagde brede uitvraag maar zeer beperkt uitgevoerd. De wacht- en doorlooptijden voor kwetsbare en complexe vraagstukken zijn de afgelopen tijd opgelopen. Inwoners krijgen steeds vaker te laat een indicatie, met het risico dat de geboden zorg onvoldoende maatwerk is. De samenwerking met ketenpartners is onder druk komen te staan. We verwachten een toename van klachten, bezwaarprocedures, en mogelijk ingebrekestellingen/dwangsom. Ook de kans op calamiteiten en incidenten is toegenomen. Via deze begrotingsmutatie komt het budget op de omvang waarbij de wettelijk minimale vereisten kunnen worden gehaald.