Bijlage A: Strategische Investeringsagenda (SIA)

 

Wat is een Strategische Investeringsagenda?

De stad blijft groeien en zich ontwikkelen. Dat uit zich in diverse opgaven, gebiedsontwikkelingen en beleidsambities. De Strategische Investeringsagenda (SIA) geeft inzicht in geplande investeringen en benodigde investeringen met een tijdshorizon tot en met 2040. Dit inzicht is belangrijk voor raad en college om keuzes te maken en te kunnen bijsturen op veranderende maatschappelijke, organisatorische en financiële omstandigheden. De SIA is beeldvormend, niet uitputtend en kan door raad en college worden gebruikt als een dynamisch instrument om de besluitvorming bij kadernota en programmabegroting te ondersteunen.

 

Een planhorizon die verder gaat dan de reguliere planperiode (vier jaar) is van belang, omdat de drie grote opgaven van de gemeente Delft (Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de Energietransitie) een lange doorlooptijd kennen. Dat geldt ook voor diverse gebiedsontwikkelingen en beleidsambities. En niet alleen de gemeente, ook partners om ons heen werken met een lange planhorizon. Zo heeft de gemeente Delft de afgelopen jaren forse (rijks-)subsidies binnengehaald voor projecten met langere doorlooptijden. Denk bijvoorbeeld aan infrastructurele werkzaamheden met een bestedingsdoorlooptijd van 10 jaar, gekoppeld aan de realisatie van voldoende woningen.

 

Een Strategische Investeringsagenda met een langere planhorizon geeft inzicht in lange termijneffecten van bestaande, geplande en toekomstige investeringen. Zoals de benodigde realisatiekracht, de ontwikkeling van de kapitaallasten na de huidige planperiode en de gevolgen voor de financiële positie van de gemeente (financiële ruimte en balanspositie).

 

Het inzicht op basis van de SIA stelt ons in staat om vanuit een langetermijnperspectief integrale en realistische keuzes te maken, waarbij we rekening moeten houden met nadere beleidskeuzes, financiële mogelijkheden én de uitvoeringskracht van de organisatie, nu en in de toekomst. Dat doen we door iedere kadernota een geactualiseerde SIA op te nemen en uit de SIA te selecteren over welke investeringen in ieder geval een besluit genomen moet worden.

De SIA kan ondersteunend zijn op het moment dat de raad een concrete investeringsbeslissing heeft te nemen.

 

Welke investeringen staan in de Programmabegroting 2026-2029?

Op de balans per 31 december 2025 staat een boekwaarde van onze huidige materiële vaste activa van circa € 404 miljoen. Met het investeringsprogramma, zoals dat is opgenomen in de Programmabegroting 2026-2029, komt daar circa € 550 miljoen bij. De kapitaallasten die voortvloeien uit dit investeringsprogramma stijgen de komende jaren en kennen een piek van € 27 miljoen in het jaar 2031/2032.

 

Bij de berekening van deze kapitaallasten is rekening gehouden met een stijgende rente. Voor het dekken van de afschrijvingslasten is al rekening gehouden met een jaarlijks onttrekking aan de reserve dekking kapitaallasten. De reserve dekking kapitaallasten wordt in principe alleen gevuld en aangewend voor eenmalige investeringen (met andere woorden: niet voor investeringen die in de toekomst weer om vervangingsinvesteringen vragen). Het restant van de afschrijvingslasten komt ten laste van de jaarlijkse exploitatie (begrotings- en meerjarenbeeld).

Figuur: Ontwikkeling kapitaallasten 2024-2040

 

De lasten (afschrijvingen en rente) voortvloeiende uit deze investeringsportefeuille zijn ook in de periode na 2029 op te vangen binnen de bestaande meerjarenbegroting.

 

 

 

Over welke investeringen besluiten we deze kadernota?

In de Kadernota 2027 is een aantal nieuwe investeringsvoorstellen opgenomen. Met de investeringsvoorstellen stijgt het vastgestelde investeringsprogramma uit de Programmabegroting 2026-2029 met circa € 68 miljoen waarvan € 31 miljoen voor de jaarlijkse vervangingsinvesteringen.

 

Tabel: Investeringsvoorstellen Kadernota 2027

 

Bedragen x € 1.000

 

 

 

 

 

 

 

Jaarlijkse vervangingsinvesteringen 2029 en 2030:

 

 

 

 

         30.916

Meubilair

P2

50

 

SIA

 

Waterplan / klimaatadaptatie

P3

550

 

SIA

 

Vervanging parkeerautomaten

P4

300

 

SIA

 

Beheerplan civiele constructies

P6

8.000

 

SIA

 

Beheerplan groen en water

P6

4.000

 

SIA

 

Waterberging

P6

1.200

 

SIA

 

Beheerplan wegen

P6

7.600

 

SIA

 

Beheerplan openbare verlichting

P6

5.000

 

SIA

 

Speelplekken

P6

1.000

 

SIA

 

Stadsvernieuwing

P6

460

 

SIA

 

Tractie

P6

556

 

SIA

 

Verkeersvoorzieningen

P6

800

 

SIA

 

ICT investeringen

P10

1.400

 

SIA

 

Overige voorstellen:

   

 

 

36.893

Bruggen over de Schie

P6

3.500

 

SIA

 

Integrale herinrichting Voorhof-Zuid

P6

23.057

 

SIA

 

Vergroenen Gasthuisplaats

P6

950

 

SIA

 

IHP School Gillis Delfia

P8

8.000

 

SIA

 

OHP 2027

P8

218

 

 

 

Activering investeringsbijdrage subsidieregeling grote monumentale kerkgebouwen met nationale betekenis

P8

250

 

 

 

Erfpacht Laga

P10

568

 

 

 

Duurzame toekomst Westvest 9

P10

350

 

SIA

 

Totaal

 

 

 

 

         67.809

 

Om de kapitaallasten beheersbaar te houden, is het belangrijk dat we de ontwikkeling van de omvang volgen. De kapitaallasten als gevolg van de investeringsvoorstellen in de Kadernota 2027 veranderen in de jaren 2027 tot en met 2029 marginaal (ca. € 200.000 jaar); vanaf 2030 met circa € 0,9 miljoen per jaar oplopend naar € 2,3 miljoen vanaf 2031. Dit betekent dat de huidige piek aan kapitaallasten in de periode 2029-2031 op circa € 29 miljoen (2031/2032) komt te liggen. Op een begroting met een totale omzet van circa € 550 miljoen is dit circa 5,3 %.

Figuur: Ontwikkeling kapitaallasten 2024-2040 inclusief kadernota 2027

Met financiële ruimte voor toekomstige investeringen hebben we in de Kadernota 2026 en bij de Programmabegroting 2026-2029 rekening gehouden door middel van de reservering Groei van de stad (Algemene reserve).

 

Over welke investeringen in de Strategische Investeringsagenda moet nog besluitvorming plaatsvinden?

 

De SIA is opgebouwd vanuit de opgaven, gebiedsontwikkelingen en huidige beleidsinhoudelijke uitgangspunten. De totale bruto omvang van de SIA (2030 - 2040) bedraagt circa € 1.337 miljoen. Van deze € 1.337 miljoen is ca. 27 % (€ 361) al gedekt door reguliere instandhoudingsinvesteringen (€ 184 miljoen) en diverse projecten (€ 177 miljoen) met reeds toegekende rijkssubsidies.

Van het overige deel (ca. € 976 miljoen) blijft na aftrek van subsidies (o.a. Rijk, MRDH), evenals bijdragen van ontwikkelende partijen volgens de nota Kostenverhaal, een netto investeringsaandeel over van ongeveer € 700 miljoen voor de gemeente Delft. Dit geldt uiteraard alleen als besloten wordt om daadwerkelijk alle investeringen uit het SIA te doen, in aanvulling op de investeringen uit de Programmabegroting 2026-2029 en de voorstellen in deze kadernota (KN2027). De ingeslagen weg om medefinanciering van externe partners te verkrijgen is succesvol. Die wordt voortgezet.

 

Het indicatieve investeringsvolume van de SIA (2030 - 2040) is gemiddeld € 121 miljoen per jaar (€ 1.337 miljoen in 11 jaar). Dit ligt ver boven het gerealiseerde investeringsvolume in 2024 en 2025 van gemiddeld € 47 miljoen per jaar. Het benadrukt de aanzienlijke financiële inzet en de realisatiekracht die nodig zijn. Let wel: bedragen in de SIA zijn indicatief en er moet nog veel worden uitgewerkt.

 

Over de investeringen in de SIA (2030-2040) die nog niet gedekt zijn hoeven we op korte termijn nog geen keuze te maken. Noodzakelijk geachte investeringen op de korte termijn zijn immers onderdeel van deze kadernota. 

 

Wat duidelijk is, is dat we voor de lange termijn te maken krijgen met (besluitvorming over) aanzienlijke investeringen en dat de kapitaallasten zullen stijgen naarmate de investeringen toenemen. Dit moet passen binnen de beschikbare uitvoeringscapaciteit en de bestaande financiële kaders.

 

Indeling van de Strategische Investeringsagenda

Voor de investeringen in de SIA hebben we gekozen voor een indeling in drie verschillende categorieën:

  1. Strategische Investeringen: deze zijn gekoppeld aan de groei van de stad. Voorbeelden zijn onze drie grote opgaven, gebiedsontwikkelingen (Schieoevers/Innovatie District Delft), Mobiliteitsprogramma Delft 2040, ontwikkelplan Maatschappelijke voorzieningen en Klimaatadaptatie en Duurzaamheid. 
  2. Verbeteren bestaande activa: voor diverse activa is alleen in stand houden niet meer voldoende. Renovatie, verduurzaming, maar ook toekomstbestendig maken van onze assets (zoals vastgoedbezit). Voorbeelden: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting, Cultuur (Prinsenhof, Rietveldtheater, Theater de Veste), overig gemeentelijk vastgoed en investeringsagenda Sport.
  3. In stand houden activa: betreft diverse beheerplannen binnen de Openbare Ruimte, instandhoudingsprojecten Vastgoed en de bedrijfsmiddelen.

 

Figuur: Overzicht investeringen 2026-2040

 

De bedragen in bovenstaande figuur beslaan de cijfers 2026-2030 (blauw) zoals vastgesteld in de recente cyclusdocumenten (inclusief KN2027). De 2e groep 2030-2040 (oranje) (SIA) betreffen de investeringen waarover nog besluiten genomen moeten worden.

 

Voor de eerste twee categorieën van investeringen (strategische en verbetering bestaande activa) moeten we zorgvuldig keuzes maken en budgetten reserveren. Bij de besluitvorming houden we rekening met de financiële ruimte en met de uitvoeringskracht die nodig is om investeringen succesvol te realiseren. In de afgelopen jaren hebben we deze aanpak gevolgd bij grote ontwikkelingen zoals Schieoevers, Prinsenhof en de Gelatinebrug. Voor de derde categorie—het in stand houden van activa—ontvangt de gemeente in principe middelen uit het gemeentefonds. Deze middelen stellen ons in staat om bestaande voorzieningen in stand te houden.

In het vervolg lichten we de cijfers uit het SIA (oranje) per categorie nader toe.

 

Hieronder volgt een toelichting per categorie.

Categorie 1 - Strategische investeringen

 

NB: Onder deze investeringen vallen ook projecten waar al wel financiële ruimte voor is. Het gaat dan bijvoorbeeld om grondexploitaties die de raad heeft vastgesteld en de verschillende infrastructurele projecten, waarvoor de afgelopen jaren rijkssubsidie is binnengehaald.

 

Toelichting:

Delft-West (grondexploitaties, Versnellingsgelden en Woningbouwimpuls (WBI)-gelden) – ca.  € 56 miljoen

Onderdeel van deze investeringen zijn onder andere de besteding van de versnellingsgelden en WBI-gelden binnen Delft-West. Ook de door de raad goedgekeurde grondexploitatie Kop van de Buitenhof valt hieronder. Dit geldt nog niet voor de grondexploitaties Gillis Delfia en de Reiger, die de raad nog moet vaststellen, en het project Hasseltlaan (facilitaire ontwikkeling).

 

Energietransitie – ca. € 155 miljoen

Het Rijk financiert gemeenten meerjarig, in ieder geval tot en met 2030, voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. De gemeente draagt financieel bij aan de aanleg van het Open Warmtenet vanuit het Fonds Delft 2040. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor het isolatieplan en warmte-uitvoeringsplannen. Met deze middelen is de fase tot 2030 financieel redelijk voorzien. Voor de fase 2030 tot 2040 (10.000 woningen Warmtenet 2e fase en 15.000 woningen isoleren) moeten we, gezien de ambities 2040, nog flinke stappen zetten om de doelstellingen te behalen. Daarvoor zijn investeringen nodig. De aanleg van een warmtenet betaalt zich nog niet terug. Hier ligt een duidelijke rol voor de (rijks-)overheid. Het bedrag ad € 155 miljoen is een zeer indicatieve (genormeerde) raming van mogelijke extra investeringen, die niet altijd (en zeker niet volledig) voor rekening van de gemeente komen.

 

Schieoevers/Innovatiedistrict Delft (IDD) – ca. € 246 miljoen

In de (door-)ontwikkeling van Schieoevers hebben we een fasering aangebracht: fase 1 tot 2030 en fase 2 van 2030 tot 2040. Met name voor die tweede fase zijn nog geen middelen toegekend, terwijl de opgave wel een lange-termijn-ambitie betreft. Onder dit bedrag vallen ook de investeringen waarvoor wij subsidies hebben binnengehaald. Het betreft vooral infrastructurele werkzaamheden en mobiliteitsmaatregelen: o.a. hartlijn, park, fietstunnel onder het spoor en bijbehorende plankosten.

 

Groei van de Stad (ontwikkelperspectief maatschappelijke voorzieningen) – ca. € 198 miljoen

Onze stad heeft voldoende, kwalitatief goede en betaalbare maatschappelijke voorzieningen nodig, die aansluiten op de wensen van de (toekomstige) bewoners en gebruikers. Ook de openbare voorzieningen kunnen bijdragen aan ontmoeten, ontwikkelen en meedoen voor alle Delftenaren. Een eerste indicatieve (grove) raming vraagt om een investering van ca. € 198 miljoen. Dit betreft de volgende onderdelen: welzijn/ontmoeting, sport (binnensport, buitensport en zwemmen) en cultuur. Deze investeringen komen niet altijd (en zeker niet volledig) voor rekening van de gemeente.

 

NB:      Voor het onderdeel Cultuur zit hier de duidelijke link naar het IHP Cultuur. Deze is dus niet apart opgenomen, maar is vooralsnog onderdeel van het ontwikkelperspectief.

 

Mobiliteitsprogramma 2040 – ca. € 31 miljoen (€ 3 miljoen per jaar)

Op 28 januari 2021 heeft de gemeenteraad het Mobiliteitsprogramma 2040 (MPD) vastgesteld. De Adaptieve Mobiliteitsagenda 2040 is het uitvoeringsprogramma voor het MPD. Hierin staan projecten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen uit het MPD. In 2026 komt er een update van de Adaptieve Mobiliteitsagenda. Deze middelen (ca. € 3 miljoen per jaar) kunnen ook gebruikt worden als cofinanciering/vliegwiel voor mobiliteitsprojecten, waarvoor we subsidie bij de MRDH kunnen krijgen.

 

Categorie 2 - Verbeteren Vaste activa 

 

 

Toelichting:

Vastgoed: toekomstbestendig maken panden – ca. € 34 miljoen

Ons eigen vastgoedbezit is op enig moment toe aan renovatie of sloop/nieuwbouw. Naast het reguliere onderhoud is een uitgangspunt dat na 25 jaar sprake kan zijn van renovatie en na 50 jaar van sloop/nieuwbouw, tenzij het een monument is. In de periode 2030 tot en met 2040 is naar de huidige inzichten in de vastgoedportefeuille voor 15 objecten een investeringsvolume van ca. € 34 miljoen geïnventariseerd. In de meeste gevallen zullen wij deze investeringen doorberekenen in de kostprijsdekkende huur.

 

De maatschappelijke functie van onze panden, waarin onze maatschappelijke partners meestal de activiteiten verzorgen maakt echter dat niet altijd alle huisvestingskosten hieruit gedekt kunnen worden. Door middel van subsidie aan maatschappelijke activiteiten draagt de gemeente dan bij aan het behouden van deze activiteiten. 

 

Theater de Veste – ca. € 75 miljoen

De raad heeft besloten om niet eerder dan in 2028 af te wegen of een volgende verkennende fase voor het project nieuwbouw Theater de Veste opgestart kan worden. Gezien de verwachte doorlooptijd van een mogelijk nieuwbouwproject voor een theater, kan het gebouw waarschijnlijk niet eerder dan in 2035 zijn deuren openen. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het IHP-Cultuur, waarbij de investering in Theater de Veste in de periode 2035-2040 zijn beslag krijgt. Hoewel de omvang nog niet exact te bepalen is, gaan we in de SIA uit van een mogelijke investering in de periode 2035-2040 van ca. € 75 miljoen[1].

IHP (onderwijs) - ca. € 346 miljoen

Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2041 geeft voor de opgave voor onderwijshuisvesting voor de eerste vier jaar een concrete planning en voor de jaren daarna een doorkijk voor 12 jaar.

De opgave onderwijshuisvesting in Delft is fors, net als in de rest van Nederland. De bekostiging vanuit het Rijk blijft ver achter bij wat nodig is om de inhaalslag op het gebied van onderwijshuisvesting te kunnen financieren. De totale opgave is terug te vinden in het IHP 2025-2041 en beslaat voor de periode (2030-2040) een bedrag van ca. € 346 miljoen.

 

Categorie 3 - In stand houden activa

 

 

Toelichting:

 Beheerplannen openbare ruimte – ca. € 166 miljoen

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Een goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van de gebruikers van de openbare 

ruimte. Op basis van het integrale beheersysteem en de diverse schouw- en inspectierondes worden via de beheerplannen keuzes gemaakt voor de instandhouding of vervanging en daarvoor benodigde middelen.

 

De beheerplannen geven op korte en middellange termijn (twintig jaar) aan wanneer welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen genomen moeten worden om het kapitaalgoed in stand te houden. Voor de langere termijn hebben we de Nota Kapitaalgoederen opgesteld. Deze geeft een theoretische weergave van de vervangingsopgave voor de periode van twintig tot honderd jaar.

Indicatief is een bedrag ad € 166 miljoen opgenomen voor de periode 2030 tot en met 2040.

Dit is als volgt verdeeld over de verschillende beheerplannen:

 

 

Bedrijfsmiddelen – ca. € 18 miljoen

Gemiddeld wordt ook voor ca. € 1,6 miljoen per jaar rekening gehouden met noodzakelijke investeringen in bedrijfsmiddelen. Daarbij kan gedacht worden aan (vervangings-)investeringen parkeerautomaten, tractie, meubilair en ICT-voorzieningen.

 


Samenvatting SIA

De SIA biedt een integraal en indicatief overzicht van lange-termijn-investeringen, gekoppeld aan de doelen en opgaven na de huidige planperiode (2030-2040).

De SIA bestaat uit (1) strategische investeringen, (2) verbetering van bestaande activa en (3) investeringen voor het in stand houden van activa.

In de Kadernota 2027 hebben we alleen de noodzakelijk geachte investeringen op korte termijn toegevoegd.

Bruto heeft de SIA een omvang van circa € 1.337 miljoen. Hiervan is € 361 miljoen al financieel gedekt. Van het resterende deel (€ 976 miljoen) blijft er, na aftrek van subsidies (Rijk, MRDH) en bijdragen van ontwikkelende partijen op basis van de nota Kostenverhaal, een netto investeringsaandeel van circa € 700 miljoen voor de gemeente Delft.

 

Keuzes over deze investeringen in de SIA moeten overwegend nog gemaakt worden. Dat hoeft niet op de korte termijn. Het vergt in de toekomstige kadernota’s een integrale afweging die rekening houdt met uitvoeringskracht en financiële ruimte voor kapitaallasten (vanwege oplopende kapitaallasten).

De huidige uitvoeringskracht zorgt voor een jaarlijks investeringsniveau tussen de € 45 en € 55 miljoen.

 

In de Kadernota 2027 is voor wat betreft het toekennen van investeringen de focus gelegd op de noodzakelijk geachte (onvermijdelijke) investeringen op korte termijn.

 

Er wordt gewerkt aan een verder inhoudelijk afwegings-/prioriteringskader. Met behulp van dit kader dient inzichtelijk te worden gemaakt of en in welke volgorde de verschillende investeringen kunnen worden opgepakt. Naast uitvoeringskracht is de netcongestie zeer actueel als nieuwe uitdagende factor. Dit kader zal bij de Programmabegroting 2027-2030 worden aangeboden.

[1] Hierbij moet aangetekend worden dat via een inventarisatie voor de raad begin 2024 meerdere scenario’s met diverse bandbreedtes tot € 85 miljoen in kaart zijn gebracht. Ook is op te merken dat die scenario’s op basis van prijspeil 2023 zijn opgesteld waardoor nog met substantiële kostenstijging rekening is te houden.