3.17 Financiële positie

 

Een duurzaam financieel gezonde gemeente heeft een positief begrotingssaldo en voldoet aan de eis van structureel en reëel begrotingsevenwicht [1]. Daarnaast is er enige financiële ruimte voor nieuw beleid en is de gemeente wendbaar en weerbaar.

 

De Programmabegroting 2026-2029 heeft in alle jaren een positief saldo. Tevens is sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht wat heeft geleid tot repressief (regulier) toezicht door de provincie Zuid-Holland.

 

De mogelijkheden voor nieuw beleid (exploitatie en investeringen) worden bepaald door de financiële ruimte in het begrotings- en meerjarenbeeld (begrotingssaldo, stelposten) en op de balans (reserveringen, vrije ruimte Algemene reserve). Op basis van de Kadernota 2027 is zowel enige incidentele als structurele ruimte beschikbaar. De financiële ruimte biedt mogelijkheden voor een integrale afweging van voorstellen in de bestuursperiode 2026-2030.

Kanttekening hierbij is dat in deze kadernota nog geen rekening is gehouden met extra kosten als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. Ook is de bekostiging van gemeenten door het Rijk nog met vele onzekerheden omgeven (onder meer jeugdzorg, Wmo, woningbouw, infrastructuur, energietransitie, herziening gemeentefonds). Dit betekent dat vasthouden aan het prudente en robuuste begrotingsbeleid van de afgelopen jaren gewenst is. 

 

Wendbaarheid gaat over flexibiliteit van budgetten en beïnvloedbaarheid van beleid. Veel inkomsten en uitgaven van gemeenten liggen vast en zijn – zeker op korte termijn – beperkt bij te sturen (dit geldt bijvoorbeeld voor kapitaallasten, wettelijke taken in het sociaal domein en onderwijshuisvesting). Als het bestuur andere accenten wil leggen en/of nieuwe prioriteiten wil stellen, kan dit op basis van de wendbaarheid van de begroting (‘nieuw voor oud’).

Een vuistregel is dat van de totale begroting circa 10% beïnvloedbaar is. De kengetallen Structurele exploitatieruimte, Belastingcapaciteit en Grondexploitaties geven een indicatie van de wendbaarheid (zie hierna de tabel met scores voor Delft).


Bij weerbaarheid gaat het over de financiële buffer in de Algemene reserve die nodig is voor het opvangen van risico’s en onverwachte tegenvallers. De weerbaarheid hangt samen met de wendbaarheid. Een lage wendbaarheid vraagt om een hogere weerbaarheid, omdat het aanpassen van de financiële huishouding dan meer tijd kost.

De kengetallen over het weerstandsvermogen (weerstandsratio), schulden (netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote) en eigen vermogen (solvabiliteit) geven een indicatie van de weerbaarheid (zie hierna de tabel met scores voor Delft).

 

Financiële kengetallen
Hierna volgt een overzicht van de financiële kengetallen. De financiële kengetallen over belastingcapaciteit, grondexploitatie en structurele exploitatieruimte geven inzicht in de wendbaarheid van de gemeentelijke financiën. Tegelijkertijd geven kengetallen over schulden (netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote) en eigen vermogen (solvabiliteit) een helder beeld van de weerbaarheid. 

Voor inzicht in de financiële positie schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten (BBV) zes financiële kengetallen voor. Een kengetal (of financiële ratio) is een verhoudingsgetal dat is opgebouwd uit exploitatie- en/of balanscijfers. Bij de kengetallen hoort een samenhangende beoordeling van de scores in relatie tot de signaleringswaarden die de provincie als financieel toezichthouder hanteert. 

Tabel: Signaleringswaarden Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) 2020 gemeenten

 

Toelichting: de signaleringswaarden zijn geen doel, maar gelden als te een hanteren maximum (schuldquotes, grondexploitaties, belastingcapaciteit) of minimum (solvabiliteit, structurele exploitatieruimte) en fungeren als referentie voor de beoordeling. Een nadere toelichting op de betekenis van de verschillende indicatoren staat in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de Programmabegroting 2026-2029 en het Jaarverslag 2025.

Tabel: Kengetallen Gemeente Delft

De Delftse scores per kengetal zijn positief; ze voldoen aan de norm voor het weerstandsvermogen en overschrijden de signaleringswaarden uit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GKT 2020 Gemeenten) van de provincie niet. Enige uitzondering hierop is het kengetal Belastingcapaciteit waarvan de score als risicovol wordt gekwalificeerd. Dit kengetal geeft inzicht in de belastingdruk (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijk gemiddelde en daarmee in de ruimte voor belastingverhoging.

 

NB: ‘risicovol’ heeft betrekking op de cijfermatige mogelijkheid om aanvullende inkomsten vanuit hogere woonlasten te kunnen realiseren, die als beperkt wordt gezien. Het zegt niet iets over de vrije politieke keuze die daarover is te maken.

 

De weerstandsratio is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (Algemene reserve) en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van het risicoprofiel). De score van het kengetal is 2,1 (‘uitstekend’) en laat zien hoe weerbaar de gemeente is door de aanwezigheid van financiële buffers waarmee eventuele tegenvallers kunnen worden opgevangen.

 

Na aftrek van de benodigde weerstandscapaciteit voor het risicoprofiel bevat de Algemene reserve vrij aanwendbare ruimte. In Delft is deze ruimte deels als dekking geoormerkt voor de opgaven (cofinanciering, Delft-West, IDD, museum Prinsenhof, Gelatinebrug). Voor de cofinanciering is het van belang te benoemen dat het risico speelt dat specifieke uitkeringen/subsidies terugbetaald moeten worden in situaties van niet tijdig opleveren/nakomen van afspraken (realisatie woningen en infrastructurele maatregelen). Tevens is rekening gehouden met een reservering voor de groei van de stad (investeringen uit de Strategische Investeringsagenda) en voor prioriteiten in de nieuwe bestuursperiode. Voor meer informatie over de omvang van de algemene reserve wordt verwezen naar het jaarverslag 2025 dat kort voorafgaand aan deze kadernota aan de raad is verzonden.

 

De stadsschuld beïnvloedt de weerbaarheid omdat een toename van de schuld leidt tot hogere uitgaven voor rente van leningen. Deze uitgaven liggen vast en beperken de flexibiliteit van de begroting. De totale schuld van Delft is € 426 miljoen. De scores van de kengetallen Netto schuldquote en Gecorrigeerde netto schuldquote worden als minst risicovol gekwalificeerd. Dit betekent dat er enige ruimte is voor extra financiering van toekomstige investeringen door middel van leningen. 

 

Het eigen vermogen van de gemeente Delft bestaat uit de Algemene reserve en de bestemmingsreserves en laat zien in welke mate de bezittingen niet met schuld belast zijn. Dit komt tot uitdrukking in de score van de solvabiliteitsratio die voldoende is. Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter de weerbaarheid.

Van belang is of tegenover het eigen vermogen liquide middelen staan. Als dit niet of onvoldoende het geval is, leidt de inzet van het eigen vermogen als dekkingsmiddel tot het aantrekken van leningen. Dit beïnvloedt de weerbaarheid (daling weerstandsvermogen) en de wendbaarheid (stijging rentekosten). 

 

De wendbaarheid van de exploitatie komt tot uitdrukking in de kengetallen Grondexploitatie en Structurele exploitatieruimte. Omdat de grondpositie beperkt is en structurele baten toereikend zijn voor de structurele lasten zijn de scores als minst risicovol gekwalificeerd.

 

De Belastingcapaciteit gaat over de hoogte van de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De score voor Delft valt in de categorie ‘meest risicovol’. De hoge score komt mede door extra verhogingen van de OZB in 2023 (+6%) en 2025 (+7%), die noodzakelijk waren, omdat het Rijk geen reële compensatie biedt voor taken en voorzieningen waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn. Deze relatieve hoogte van de woonlasten beperkt de wendbaarheid van de begroting, omdat de ruimte voor extra belastingverhogingen cijfermatig bezien beperkt is.

 

Samenvattend: het positieve begrotingssaldo, het weerstandsvermogen en de beheersbare stadsschuld dragen bij aan de financiële gezondheid van de gemeente Delft. De cijfermatige ruimte voor belastingverhogingen is klein. Er is enige ruimte voor nieuw beleid, ook is Delft wendbaar en weerbaar.

Als gevolg van de geopolitieke spanningen en de voortdurende onzekerheid over de bekostiging van de gemeenten door het Rijk is de uitdaging voor de komende jaren om een balans te vinden tussen kostenbeheersing en een voorzieningenniveau dat past bij de ambities en groei van Delft. Dit kan door te blijven sturen op realistische ramingen van investeringen, lasten, baten en reservemutaties (uitvoerbaarheid), zorg te dragen voor voldoende financiële ruimte in de begroting (betaalbaarheid) en door de financiële kengetallen te monitoren en zo nodig bij te sturen (financierbaarheid).


[1] Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten, ramingen zijn volledig en realistisch (zie Gemeentewet, artikel 189, lid 2 en artikel 203, lid 1.